Maakplaatsen in Brabant: ‘Samen vormen we een stevig maaknetwerk in Brabant’

31 Mei 2026

Ruimte voor experiment, onderzoek en vernieuwing voor kunstenaars en makers; daar zorgen maakplaatsen TextielLab (TextielMuseum), EKWC en Make Eindhoven in Brabant voor. Op deze plekken ontwikkelen makers zich verder én voegen zij met hun werk wat nieuws toe aan de werkplaatsen. In gesprek met Nico Thöne, directeur Make Eindhoven, Hebe Verstappen, Hoofd TextielLab en Geertje Jacobs, directeur EKWC, over ‘hun’ maakplaatsen en het belang ervan.

“Individueel zijn de maakplaatsen heel sterk, in hun eigen materiaal en technieken, maar samen vormen we een heel stevig netwerk voor makers en kunstenaars in Brabant. Juist die cross-materiale innovatie, de focus op talentontwikkeling en vooral de mogelijkheid voor makers om zich professioneel en artistiek verder te ontwikkelen, is heel sterk. Daar staan we alle drie heel erg voor”, vertelt Hebe.

8ede7237-70ae-4786-9bfd-03e3c6f0ef66.jpg
EKWC, Foto door Ad van Lieshout

“Brabant staat al eeuwen bekend om haar sterke industriële karakter, met Philips en de textielindustrie, maar ook om haar praktische vakmanschap. Die trots daarop, dragen wij alle drie uit. Het is een regio van werkplaatsen. Ik werk al jaren samen met het EKWC (Europees Keramisch Werkcentrum) in Oisterwijk en Make Eindhoven”, zegt Hebe.

Brons gieten.JPG
Brons gieten bij Make Eindhoven.

Ook architect Colin Chudyk werkte bij TextielLab en EKWC in dezelfde periode. “Colin deed een residentie in het EKWC en maakte mallen van textiel. Wij hebben hem gekoppeld aan het TextielLab en daar is weer een mooie samenwerking uit gekomen. Daar ligt de kracht, in de letterlijke nabijheid en in dat we kunstenaars weer verder brengen in hun werk”, vertelt Geertje. 

“We hebben veel gesprekken over thema’s als het vinden van jong talent, duurzaamheid, het levend houden van vakmanschap en talentontwikkeling. We hebben onze eigen disciplines, maar het gebeurt regelmatig dat er een kunstenaar zowel bij ons als bij het EKWC komt voor het maken van werk. Ik zie zeker kansen om die samenwerking nog steviger neer te zetten.”

Photo-Patty van den Elshout i.o.v. TextielMuseum-2025-044-023.jpg
Colin Chudyk bij EKWC. Foto door Patty van den Elshout

Dat vindt Geertje ook zo mooi aan de nabijheid van het TextielLab en Make Eindhoven: “We runnen allemaal een werkplaats voor de kunsten. Inhoudelijk en organisatorisch is de afstemming daarin veel hetzelfde. Het is niet een hele grote sector, dus vragen waar we allemaal tegenaan lopen, zoals: ‘Hoe vind je nieuwe werkplaats medewerkers?’, die bespreken we dan.”

Speeltuin voor de makers
Nico beseft ook dat die combinatie van drie technische werkplaatsen in Brabant met ieder hun eigen kracht, uniek is. “Make Eindhoven richt zich op onderzoek en innovatie in metaal gieten, glas en grafische technieken en sinds kort ook ‘CAD/CAM’. Dat is een lab waarin makers werken met computer-aangestuurde machines, zoals 3D-printers, CNC-freesmachines en lasersnijders”, zegt ze.

grafisch.JPG
Grafische technieken bij Make Eindhoven

“We bieden een speeltuin vol technieken, nieuwsgierigheid staat voorop. Makers dienen bij ons een projectaanvraag in en als we daar ook wat in zien, komen ze hier een tijdje werken in de werkplaats. Daar krijgen ze begeleiding van vakmensen. In de werkplaats dagen makers bestaande technieken uit op onverwachte manieren. Daardoor ontdekken vakmensen nieuwe mogelijkheden en inspireren maker en vakman elkaar. Ook de ruimte om risico te nemen en het experiment aangaan, hoort daarbij. Dat is bij de andere maakplaatsen ook zeker zo.”

Bij de club
De focus ligt bij het TextielLab, de professionele werkplaats van het TextielMuseum in Tilburg, vooral op textielinnovatie. De industriële machines die in het lab staan, zorgen ervoor dat er grotere projecten kunnen plaatsvinden. Gemiddeld genomen zijn dat zo’n tweehonderd projecten per jaar.

“Het grote belang voor makers om een werk te maken bij ons of de andere maakplaatsen, is dat ze een netwerk met erkende hoogstaande curatoren, leveranciers, andere makers, experts uit de werkplaats en musea ervoor terugkrijgen. Ze zijn echt onderdeel daarvan na hun traject bij ons”, vertelt Hebe.

“Daar heb je zoveel voordeel van. Je kunt onderzoek doen zonder marktdruk bij ons allemaal. Experimenteren in een omgeving die makers nieuwe technieken leert en waar je je artistiek echt verder kunt ontwikkelen. Dat kan heel goed bij ons alle drie.”

Zo ook dus bij het EKWC, een internationale werkplaats voor kunstenaars en ontwerpers die met keramiek experimenteren. Hier komen zo’n 65 mensen per jaar voor een individueel traject. Zij wonen en werken dan drie maanden bij het EKWC.

“Je krijgt begeleiding specifiek op jouw project. De experts in de werkplaats leren makers hoe ze keramiek kunnen toepassen in hun werk”, vertelt Geertje. “We ontvangen veel internationale kunstenaars, die dan hun residentie bij ons vaak weer combineren met het TextielLab of Make Eindhoven.

Expositie in TextielLab
Gezamenlijke projecten tussen het EKWC, Make Eindhoven en TextielLab komen dus ook met enige regelmaat voor, deelt Hebe. “Zo was er een expositie van modeontwerper en kunstenaar Lisa Konno te zien in onze ‘Project Space’, de presentatieruimte naast het TextielLab. Zij heeft ook bij het EKWC gewerkt, nadat ze bij ons kostuums had gemaakt voor het Nationaal Ballet. Daar maakte ze weer keramiek bijpassend bij de kostuums. Dat is natuurlijk superinteressant.”

Photo-Josefina Eikenaar-TextielMuseum-2026-008-001 (1).jpg
Lisa Konno in de Project Space van het TextielLab. Foto door Josefina Eikenaar.

Ook architect Colin Chudyk werkte bij TextielLab en EKWC in dezelfde periode. “Colin maakte bij ons mallen van klei en wilde ook met textiel werken. Dan verwijs ik hem natuurlijk door naar TextielLab. Daar ligt de kracht, in de letterlijke nabijheid en in dat we kunstenaars weer verder brengen in hun werk”, vertelt Geertje.

Gezamenlijke database
De expertises en unieke karakters van TextielLab, EKWC en Make Eindhoven nog meer bij elkaar brengen, is de wens van Nico, Hebe en Geertje. “Het lijkt mij heel mooi om een gezamenlijke database te ontwikkelen, waarbij we open source werken. Zo kunnen we de kennis opslaan en verspreiden binnen onze maakplaatsen”, deelt Nico.

Geertje ziet voor zich dat er in de toekomst nog meer vanuit de vraag van de maker gekeken wordt. “Eén aanvraag voor alle drie de werkplaatsen bijvoorbeeld. Zodat we samen optrekken. Samenkomen in de maakplaatsen, zodat de kunstenaars van elke plek weer wat nieuws leren”, zegt ze.

Voor Hebe is die intensieve samenwerking ook een groot goed. “Ik denk dat we goed samen kennissessies kunnen organiseren, voor makers van over de hele wereld. Dat is zo aantrekkelijk aan deze maakplaatsen; ze trekken al veel internationale kunstenaars. Daar ligt ook meteen de uitdaging, want vaak gaat het werk dan weer mee terug met de maker, als die hier klaar is.

Maar het internationale karakter is wel heel goed, volgens Hebe. “Als we ons nog meer presenteren als ‘makershub’ of maakcampus, kunnen we meer focussen op Europese subsidies en dat zou heel fijn zijn”, zegt ze.

“We zijn zo sterk in cross-mediale innovatie in Brabant, dat mag echt nog meer gezien worden. De werkplaatsen zijn een plek voor makers om dromen waar te maken, waar een open houding essentieel is”, gaat Hebe verder.

“Het is niet alleen de verbinding met de nieuwe technieken, makers gaan niet alleen met een eindresultaat naar huis. Ze nemen een hele koffer met ideeën en een ontwikkeling van het portfolio mee. Dat brengen we teweeg en daar moeten we voor blijven staan.”

Geschreven door Simone Post