Met breien uit je artistieke comfortzone

25 Augustus 2026

Breien en weven hebben ieder hun eigen kwaliteiten. Toch is breien als innovatieve optie voor textiele ontwerpen en kunstwerken nog relatief onbekend bij makers, merken productontwikkelaars Sarena Huizinga en Mathilde Vandenbussche. En dat is zonde. Mathilde: “Een kraag, een kostuum, een wandkleed: met breien ben je in staat om het in één stuk te maken, zodat er achteraf geen confectie meer nodig is.” 

Het is een eigenaardige combinatie van een cape mét capuchon en een lange sleep. De kleuren, uitstulpingen en structuren doen denken aan ingewanden of aan alienachtige figuren. Sarena lacht: “De Belgische ontwerper Elmo Mistiaen kwam hier met door AI-gegenereerde beelden en zei: dít wil ik maken. In eerste instantie dacht ik: hoe dan? Maar zo’n uitdaging is juist ontzettend leuk om me in vast te bijten: ik ga door tot het lukt.” En let wel: de uitstulpingen, de ribbels, de blobs: alles op deze cape – groot én klein – is in één keer uit de vlakbreimachine gerold. Ze zijn er dus niet pas achteraf opgenaaid. Mathilde grapt: “Wij breiers zijn een beetje lui. Als je het in één stuk uit de machine kunt halen, dan ga ik het toch niet achteraf aannaaien?” Ze vervolgt: “Bovendien ziet een breisel uit één stuk er gewoon vele malen mooier uit. Dit is kwaliteit, een kenner ziet dat meteen.” 

Nerds mét artistiek inzicht 

In het TextielLab staan drie computergestuurde vlakbreimachines van Stoll, met een breedte van 72 of 86 inch. Het aantal naalden per bed varieert van 419 tot wel 1.203 naalden: je kunt dus zowel grove als heel verfijnde stoffen breien. Op deze machines is veel mogelijk: van stof aan de meter tot 3D-objecten zoals in het voorbeeld hierboven. Sarena en haar collega’s programmeren de ontwerpen van makers voor met de software M1Plus. Sarena: “Het helpt dat wij als productontwikkelaars eigenlijk allemaal zelf ook maker zijn. Daardoor kunnen we makers die hier komen goed helpen bij het bereiken van hun gewenste resultaat, door te adviseren over bijvoorbeeld kleur, materiaal en technische mogelijkheden.” Mathilde: “En tegelijkertijd: dat programmeren kan niet iedereen. Je moet daar toch een soort nerd voor zijn. Nerds met artistiek inzicht, dat is misschien wel de beste definitie van ons profiel.”

Sarena is gespecialiseerd in 3D-breien, iets wat ze zélf als maker ook doet. “Je moet een vertaalslag maken: van het tweedimensionale ontwerp naar een driedimensionale uitwerking op de breimachine. Dat is complex”, legt ze uit. Je kunt de vlakbreimachine vergelijken met een 3D-printer, omdat je als het ware laagjes op elkaar breit. Sarena: “Maar hoe je dat goed programmeert, daar is technische kennis voor nodig. En het is een kwestie van proberen, proberen, proberen.” Mathilde: “Breien is bij uitstek een techniek waar, als je een teststaal maakt, er iets totaal anders uit kan komen dan je had verwacht. Het materiaal waarmee je werkt kan krimpen, samentrekken of juist uitrekken. Vaak leidt dat juist tot de interessantste ontdekkingen.” 

Het geheim van de rondbreimachine 

Er schittert ook een rondbreimachine in het TextielLab: een indrukwekkend apparaat met maar liefst 1.440 naalden, dat daardoor de fijnste steken van alle breimachines in het lab maakt. Meteen maar even een hardnekkig misverstand uit de lucht helpen: het is niet zo dat je hier alleen holle vormen zoals sjaals en sokken mee kunt breien. Mathilde: “Het breisel komt er inderdaad als een lange tube uit. Maar meestal knippen we die tube open, en dan heb je een vlak breisel.” Uit de machine rollen jacquard- of dubbeldoekbreisels: bij het eerste is het patroon direct in de stof gebreid en bij de tweede bestaat het breisel uit twee aan elkaar bevestigde lagen stof, die er aan beide kanten netjes uitzien. Mathilde: “Met deze machine kun je heel snel een groot breiwerk maken, veel sneller dan op bijvoorbeeld een weefmachine, en tegelijkertijd ontzettend gedetailleerd werken. En wat eruit komt, is direct van hoge kwaliteit. Het is niet voor niets dat ik zo graag met deze machine werk.” Ook hier geldt: de werken ontstaan in co-creatie tussen de maker en de productontwikkelaar, zoals Mathilde. “Voor een gemiddeld eindwerk maken we meestal zo’n vijf meter aan proefstalen, omdat we steeds moeten testen of wat we bedacht hebben ook het gewenste resultaat oplevert.” 

Mathilde werkt met gevestigde kunstenaars, zoals de Deen Henrik Vibskov, maar ook met studenten. Zo toont ze een foto van een wandkleed dat ze recent samen met Pam Werlotte, student van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU), ontwikkelde. “Pam had twee maanden aan een stuk aan deze illustratie gewerkt. Ze wist dat ze iets met textiel wilde, maar nog niet precies wat. Stap voor stap zijn we dus gaan kijken: wat kunnen we doen? Welke kleurstellingen passen daarbij, welke garens?” Mathilde wijst op een teststaal. “Als je van een afstand kijkt, lijkt dit vlakje een specifiek soort oranje. Maar als je er met je neus bovenop staat, zie je ineens dat het een combinatie is van bepaalde tinten rood en geel, die we in het breisel met elkaar gemengd hebben.” Hoe je dat mengen doet, daar helpen de productontwikkelaars de makers bij. Mathilde: “Je mengt de garens immers niet echt; het is een optische illusie. Maar wel een met een ontzettend groot effect op de sfeer van zo’n werk.” 

De comfortzone overboord 

Breien is een eeuwenoude techniek. Velen horen de tikkende pennen van hun moeder of oma misschien nog in hun achterhoofd. Is innovatie mogelijk met iets dat al zo lang bestaat? Sarena: “Ja, juist. Kijk maar naar dat werk van Elmo. Dat staat mijlenver af van die kriebeltrui van oma.” Mathilde: “Breien is als techniek continu in beweging. De kunstenaars die hier werken, trekken ons met hun plannen uit onze comfortzone. En wij doen dat andersom bij hen. Breien is als techniek enorm veelzijdig. En wij nodigen makers van harte uit om die grenzen met ons nog een tandje verder op te rekken. Heel graag zelfs!” 

Geschreven door Iris van den Boezem