TextielLab verduurzaamt | De opmars van lokale wol

12 Maart 2026

Foto door Geisje van der Linden

In december verzamelde zich een grote kudde schapen op het terrein van het TextielMuseum voor een tocht door het centrum van Tilburg. Het was al de derde Wool March waarmee herders en ontwerpers het imago van lokale wol willen opvijzelen. Het TextielLab steunt dit initiatief van harte. Samen met een toegewijde club makers en leveranciers wil ook het lab Nederlandse wol weer op de kaart zetten.

Materiaaladviseur Lise Brunt is op een verduurzamingsmissie. Daarvoor steunt ze op een zorgvuldig opgebouwd netwerk van duurzame toeleveranciers. Deze kleine groep bezielde specialisten probeert de voetafdruk van de textielindustrie te verkleinen met zo lokaal mogelijk geteelde, hernieuwbare grondstoffen. Een ‘vergeten’ grondstof waarvan jaarlijks zo’n 1,5 miljoen kilo in Nederland voorhanden is, is schapenwol. Maar de wol van het Nederlandse schaap werd hier jarenlang als afvalproduct gezien. Boeren krijgen er vaak maar 5 cent per kilo voor en moeten voor bruine en zwarte wol zelfs betalen om het af te laten voeren. Het is in veel gevallen goedkoper om de wol te verbranden dan deze te verwerken tot een kwalitatieve wollen draad.

Merinowol uit Zeeland

Daar staat echter tegenover dat er wel wol van de andere kant van de wereld wordt geïmporteerd. Wat klopt hier niet, zou je denken. Het heeft natuurlijk met kosten te maken – denk aan de Australische megakuddes versus kleinschalige lokale teelt. En ook met de wat stuggere, grovere eigenschappen van wol van het Nederlandse schaap. Toch hebben we hier in Zeeland ook Merinoschapen. Op Wolboerderij Blij Bezuiden wordt zachte, kriebelvrije Dutch Merino geproduceerd van 16 tot 21 micron. Het TextielLab heeft het op voorraad en werkt samen met de Ministry of Knits die het op bestelling levert. Ook werkt het lab samen met een aantal andere leveranciers van verschillende soorten duurzame wol van eigen bodem, zoals The Knitwit Stable, De Zachte Stad van Christine Meindertsma en Ecological Textiles.

Vervangen door polyester

Kan het Nederlandse schaap met hulp van deze ondernemingen de markt weer voor zijn product winnen? Het is geen gemakkelijke taak: de consument heeft zich grondig laten verleiden door fast fashion. Die is voor 70 procent gestoeld op snel en goedkoop te produceren – veelal virgin – polyester. Inmiddels is bekend dat polyester niet zo’n goed idee is voor bijvoorbeeld kleding, omdat het bij elke wasbeurt microplastics loslaat. “Alleen al om die reden komt polyester er bij ons niet in, ook niet als het gerecycled is,” zegt Marita Bartelet. Zij richtte in 2005 samen met haar man Ecological Textiles in Roermond op, die al jaren verschillende ecologisch verantwoorde garens aan het TextielLab leveren.

Lokaal en kleinschalig

Bijna alles wat Ecological Textiles levert is GOTS-gecertificeerd, dat betekent: gecontroleerd geteeld en geproduceerd met respect voor mens en natuur. Dus mens- en diervriendelijk, gemaakt met eerlijke lonen en in veilige omstandigheden, zonder gebruik van schadelijke chemicaliën. Voeg daar nog de voorwaarde kleinschalige, lokale teelt, en lange levensduur aan toe, dan staat Nederlandse wol al snel in de top drie van garens waar je met een gerust hart mee kunt werken, verzekert Bartelet. Toch staat de ‘goedheid’ van wol nog regelmatig ter discussie. Dat heeft vooral te maken met de massaproductie van gigantische kuddes Merinoschapen in Australië, die het land kaalvreten en plattrappen, samen veel broeikasgas uitstoten en te lijden hebben onder ‘mulesing’ zonder verdoving. “Dat zijn gewoon veel te veel schapen bij elkaar om het goed te kunnen doen,” zegt Bartelet.

Kempische heideschapen

In Nederland worden schapen op een compleet andere schaal gehouden, ze grazen hier vaak op dijken en op oneffen gronden die niet geschikt zijn voor iets anders. Ecological Textiles haalt veel van hun wol in Roermond zelf, op de Beatrixhoeve, die de schapen met herder en hond laat grazen op de heide van natuurpark Meinweg. Lokaler kan het niet. De zogeheten Kempische heideschapen, die hier van oudsher al werden gehouden, redden de heide van het oprukkende gras en maken daardoor weer ruimte is voor andere planten en dieren. En hopelijk zijn ze ook in staat de zieltogende Nederlandse wolproductie van compleet verdwijnen te redden.

Spinnen over de grens

Bartelet wijst wel op een missende schakel in het proces: de wol van Nederlandse schapen moet eerst naar België en Duitsland voordat het een bruikbare draad is, want er zijn hier geen plekken meer waar je wol kunt laten wassen en spinnen. “Ik heb nog gewerkt in een van de laatste wolweverijen van Nederland, in Kerkrade. Daar maakten we jassen voor postbodes, die vroeger van zuiver scheerwol waren. Maar toen deed polyester zijn intrede en gingen alle wolbedrijven failliet. Het zou een fantastische verduurzamingsstap zijn als er in Nederland weer een plek zou komen voor het spinnen van kleine producties – zou zo’n moderne ‘mini mill’ niet iets voor het TextielLab zijn?”

Krimpen, vilten en verven

Ze hoopt dat de kunstenaars en ontwerpers die in het TextielLab komen ook een steeds grotere rol gaan spelen in de opleving van de Nederlandse wolindustrie, simpelweg door het meer te gaan gebruiken. “Wol is zo ontzettend veelzijdig. Het is sterk, warm, isoleert, blijft lang goed, je kunt het laten krimpen en vervilten, het is heel goed te verven en volledig natuurlijk afbreekbaar.” Het is wel waar dat wol van Nederlande bodem onder invloed van het klimaat wat stugger of grover is dan bijvoorbeeld wol van Australische of Zuid-Amerikaanse schapen. Maar ook dat heeft weer voordelen voor sommige toepassingen.

Voorbeeldprojecten

Zo experimenteerde Arantza Vilas onlangs in het TextielLab met een mix van brandnetelgaren en wol van de Kempische heideschapen om origamistructuren mee te weven die uit zichzelf rechtop blijven staan. Voor haar ‘Bio-inspired Textile Folds’ bleek een compact geweven dikke draad van deze wol stevig en tegelijk licht genoeg te zijn voor een zelfdragende structuur die bijvoorbeeld als scheidingswand kan dienen.

Een nog recenter project is dat van Damien Ajavon, die erop stond lokale ‘afvalwol’ te gebruiken voor zijn werk in het overheidsgebouw van Oslo. Voor deze jacquardgeweven plattegrond van Oslo werd gekozen voor een wolmix van de Ministry of Knits, waar restwol van de buik van de Zeeuwse Merinoschapen wordt gecombineerd met wol van vleesschapen. 

Ook geïnteresseerd in de eigenschappen van Nederlandse wol? In de Sample Studio naast het lab vind je mooie voorbeelden, mail onze materiaaladviseur even als je er meer over wilt weten: lise.brunt@textiellab.nl

Tekst door Willemijn de Jonge