Lisa Konno brengt met nieuw werk eerbetoon aan de textielarbeider

30 September 2026

Het TextielMuseum vroeg Lisa Konno om een nieuw werk te ontwikkelen dat het verhaal van de arbeiders in de Tilburgse textielindustrie eert en zichtbaar maakt. Voor de ontwikkeling van het werk werkt de modeontwerper momenteel samen met productontwikkelaar breien Sarena Huizinga in het TextielLab. Hoe ontstond het eerste idee en wat betekent de samenwerking tussen Lisa en Sarena voor het uiteindelijke werk? Lisa: “Sarena maakt óók ontwerpkeuzes in de vertaling van concept naar uitwerking op de breimachine. En zo hoort het: zij kent de machine het best.”

Photo-Joost van der Velden i.o.v. TextielMuseum-2026-026-010.jpg
Foto door Joost van der Velden

Een man, roze karatepak aan, flinke tl-buis onder de arm en enorme papieren kraanvogels op de achtergrond, loopt stapvoets door het beeldscherm. Voor én na hem dezelfde figuur, als een soort eindeloze carrousel. Ondertussen vertelt hij in het Engels en Japans over zijn komst naar Nederland, zo’n vijftig jaar geleden. Over de cultuurverschillen en praktische eigenaardigheden (‘De komkommers waren enorm hier. En de courgettes ook. Het maakte me doodsbang!’) en over wat het leven hier hem heeft gebracht. NOBU is een interdisciplinair project dat Lisa Konno maakte met filmmaker Sarah Blok. Lisa creëerde op basis van het verhaal van haar Japanse vader, die ze in de film interviewt, een modecollectie waarop hij zijn verhaal draagt, letterlijk. Zo maakten Lisa en Sarah een drieluik, waarin ook de verhalen van een Turkse immigrant (‘BABA’) en een Surinaams-Nederlandse man (‘HENK’) in de schijnwerpers staan. Lisa: “Begin dit jaar kwam Danique (Klijs, conservator TextielMuseum, red.) naar me toe: kon ik het verhaal van de textielarbeiders in Tilburg ook op zo’n manier met een artistieke installatie in beeld brengen?”

 

Het textiel zit in de vingers

Die vraag kwam er natuurlijk niet zomaar. Het TextielMuseum voegde onlangs twintig nieuwe verhalen van textielarbeiders toe aan de collectie. Het is de gesproken geschiedenis van mensen die werkten bij bekende Tilburgse fabrieken zoals J. Brouwers Lakenfabrieken, Koninklijke AaBe Wollenstoffen- en wollendekenfabrieken, De Regenboog, H.F.C. Enneking en Pieter van Dooren. Dit project is onderdeel van een pilot over de geschiedenis van de textielindustrie in Twente en Tilburg van het Knooppunt Oral History ‘Sprekende geschiedenis’. Lisa: “Ik ben die verhalen gaan luisteren, allemaal. Het gaf mij een blik in de menselijke kant van de textielindustrie: hoe ervoeren mensen hun werk hier? En: wat deed het met hen dat de industrie hier uiteindelijk wegtrok?” Ze bleef maar denken aan de handen van die mensen. “Natuurlijk: ze werkten in fabrieken. Maar heel veel was nog steeds handwerk. Die handen hebben in al die jaren textielindustrie ontzettend veel meegemaakt; kilometers stof zijn door hun vingers gegaan”, vertelt ze. “Maar ook: het weven, breien of stoppen zat bij hen in de vingers. Die kennis kun je niet overbrengen via een boek; die doe je pas op door jarenlange arbeid.” 

 

Ruwe schoonheid

Lisa werd gekoppeld aan Sarena, met wie ze al eerder samenwerkte in het TextielLab; een samenwerking die toen al goed beviel. Lisa: “Ik wist al snel dat ik de verhalen in de vorm van handschoenen wilde vatten. En voor zo’n handschoen werkt breien het best. Je kunt een handschoen uit één stuk uit de breimachine halen; dat ziet er het mooist uit. Bovendien is breiwerk veel rekbaarder dan bijvoorbeeld een geweven stof; dat is beter voor de pasvorm.” In dit werk wil Lisa een specifieke tegenstelling naar voren laten komen: aan de ene kant het ruwe van werkhandschoenen en werkhanden, aan de andere kant het verfijnde, als verwijzing naar de prachtige lakens, jacquards, kostuums en dekens die de textielarbeiders produceerden. Lisa: “De omstandigheden waarin zij werkten waren zwaar, al zorgden ze vaak ook wel voor een gevoel van samenhorigheid. Maar wat de mannen en vrouwen in de fabrieken maakten, was juist weer heel mooi of verfijnd. Die beide kanten moeten straks in de uiteindelijke handschoenen zitten.”

 

In het TextielLab laat Sarena de eerste proeven zien: verfijnde, haast sierlijke witte en zwarte handschoenen die doen denken aan de elegante handschoenen die sjieke dames in de jaren vijftig droegen. Maar schijn bedriegt, zegt Sarena, terwijl ze op de gebobbelde structuur op de rug- en handzijde van de handschoenen wijst. “Hiermee verwijzen we naar de ruwheid van het werk en wat dat met de handen van de arbeiders deed in de vorm van eelt en littekens.” Een andere handschoen heeft een juteachtig uiterlijk: deze is gemaakt van draad met mensenhaar. Sarena: “Dat ruwe vonden we mooi, maar de handschoen moest smaller. Ons idee was: als we de handschoen wassen, dan krimpt hij.” Dat de handschoen door het wassen zou vervilten, wisten ze van tevoren. Toch zorgde dat niet voor het juiste resultaat. Lisa: “Nu ziet-ie er fluffy uit en nogal winters. De look paste daardoor niet meer bij de uitwerking die ik in gedachten had. Dat is niet erg: dit soort dingen uitproberen hoort voor mij bij het ontwikkelproces.”

 

IJzersterke samenwerking

Het werken aan de collectieopdracht is een een-tweetje tussen Lisa en de specialisten in het TextielLab. Zo deed garenspecialist Lise Brunt uitgebreid onderzoek naar geschikte garens, die ook inhoudelijk aansloten op het concept. In Lisa’s geval: Nederlandse garens, van natuurlijke materialen en met wol in de hoofdrol – Tilburg was immers een wolstad. Sarena: “Ik weet dan al: met het draad met mensenhaar moeten we geen technisch heel ingewikkelde dingen gaan doen: dan breekt het. En hetzelfde gold voor het gerecyclede garen. Daarvan zag ik meteen al dat het te fragiel was voor de toepassing die wij hadden bedacht.” Voor de vertaling van haar ontwerp naar de uitvoering op de machine vertrouwt Lisa volledig op Sarena. Dat moet ook wel, want de programmeertaal voor de breimachine is voor een buitenstaander niet te begrijpen. Lisa: “Sarena maakt ontwerpkeuzes in de vertaling van concept naar uitwerking op de breimachine. Dat moet ook; zij weet precies wat wel en wat niet werkt. Kijk maar naar het balletpakje dat we vorig jaar samen ontwikkelden. Daar zit een soort ‘swoosh’ in die enorm goed werkt. Die heeft Sarena erin gemaakt: dat kan ik niet bedenken.”  Sarena: “Ik denk dat in die samenwerking een kracht schuilt: Lisa maakt een ontwerp in haar atelier en sámen halen we er alles uit wat erin zit. We bundelen onze krachten voor het allerbeste resultaat: een sterk verhaal, technisch en esthetisch lekker én innovatief.”

 

De ontwikkeling van dit werk is tijdens dit interview nog volop bezig. Vanaf april 2027 is het werk in het TextielMuseum te zien tijdens een tentoonstelling over de wolindustrie.

Geschreven door Iris van den Boezem.