
Symposium Threads of Innovation: Een viering van vernieuwing
16 Oktober 2026
Op donderdag 17 september vulde het TextielMuseum | TextielLab zich met een kleurrijk publiek. Kunstenaars, designers, producenten, studenten, educatoren, curatoren en textielliefhebbers kwamen samen voor Threads of Innovation, hét tweejaarlijkse symposium over het textiel van de toekomst.
“Plaats je voeten stevig op de grond, handen op de bovenbenen. En laten we samen één keer samen inademen en uitademen. Adem in…”, spreekt de vermaarde textielkunstenaar Otobong Nkanga het publiek toe. “En laat los.” Links en rechts in het publiek zakken schouders naar beneden, ontsnapt een zucht en valt het haasten van de vroege ochtend weg. Het is de perfecte start voor Threads of Innovation, na een warm welkom door Hebe Verstappen (hoofd TextielLab) en moderator Maaike Muis. Nkanga is de eerste in de reeks van maar liefst vijf keynotesprekers tijdens het symposium, dat net als twee jaar geleden stijf uitverkocht is. Engels is de voertaal, en dat is niet voor niets. Een groot deel van de deelnemers komt niet uit Nederland. Dat internationale karakter blijkt ook uit het grote aantal toeschouwers dat online en op afstand meekijkt naar de nieuwste ontwikkelingen op het vlak van textiel.

Het verbeelden van een droom
Nkanga tuurt de lichte aula op de tweede verdieping van het TextielMuseum in. Ze lacht. “To weave a dream. Alles start met een droom. Letterlijk of figuurlijk.” Nkanga heeft een indrukwekkende staat van dienst. Dit jaar won ze de Sikkensprijs voor haar baanbrekende gebruik van kleur. Haar werk was over de hele wereld te zien. Ze vertelt tijdens het symposium onder meer over de tentoonstelling Unearthed, waarmee ze in 2021/2022 de vier verdiepingen van Kunsthaus Bregenz transformeerde in landschappen. “Het draait niet alleen om het werk zelf. Ook het licht en de luchtstroom in zo’n ruimte zijn van groot belang”, duidt ze. “Ik wil dat de interactie tussen bezoeker en mijn werk optimaal is.” Nkangas' werk gaat over onze band met de aarde en over wat er gebeurt als we haar grondstoffen gebruiken en uitputten. Ze werkte meermaals samen met productontwikkelaar Stef Miero (TextielLab). “We hebben in die jarenlange samenwerking een eigen taal ontwikkeld”, zegt ze daarover. En dat is belangrijk, want juist voor haar werk komt het vinden van een goede balans in het gebruik van materiaal, kleur en weeftechniek bijzonder nauw. Alleen zo komt het verhaal over zoals de kunstenaar het voor ogen heeft. “Hoe verbeeld je een droom?”, vraagt ze zich hardop af. “Daar heb je anderen voor nodig.”
Textiel als drager van verhalen
Ook voor de tweede keynotespreker zijn de verhalen in textiel een rode draad. Jessica Hemmings is een Britse schrijver, hoogleraar aan de Universiteit van Göteborg en aan de Oslo School of Architecture and Design, gastdocent aan de Moholy-Nagy University of Art & Design in Boedapest en ze was drie jaar lang Rita Bolland Fellow bij het Research Centre for Material Culture (Leiden).

“In textiel zitten verhalen verborgen”, legt ze uit. “Die leggen verschillende afkomsten, achtergronden en politieke situaties bloot.” Kijk maar eens naar het recente werk van beeldend kunstenaar Oscar Lara, wijst Hemmings. Nauwgezet reproduceerde hij – samen met Zweedse onderzoekers zoals Hemmings en textielmakers – de in de jaren dertig door Zweedse diplomaten uit Peru geroofde Paracas-textielen. Lara bootste de oude technieken en materialen zo nauwkeurig mogelijk na, terwijl de originele Paracas-textielen stap voor stap terug naar Peru gingen. Hemmings: “Textiel is niet zomaar een gebruiksproduct of een kunstwerk. Het biedt een caleidoscoop aan perspectieven die we moeten blijven vertellen, horen en onderzoeken.”
Metselen met textiel
“De plaatsen die we bewonen en waar we werken, beïnvloeden ons lichaam, ons hoofd en ons gevoel.” In de moderne aulazaal van het TextielMuseum speelt voorzichtig een streep zonlicht door de hoge ramen. De derde keynotespreker is Crystal Tang van het bekende, internationale architectenbureau UNS (dit bureau ontwierp onder meer de Wasl-toren in Dubai, station Arnhem Centraal en had een interessante samenwerking met BYBORRE). “Textiel heeft, door de invloed op licht, geluid, temperatuur, tactiliteit en waarneming, een grote invloed op hoe je een binnen- of buitenruimte ervaart.”

Architecten, vertelt Tang, zijn een soort dirigenten. Je hebt altijd anderen nodig om het muziekstuk, of gebouw, precies zo te krijgen zoals je het voor ogen hebt. Ze klikt naar beelden van twee bijzondere panden in de Amsterdamse P.C. Hooftstraat, die haar bureau ontwierp. Ook al zijn de gebouwen van steen, metaal en glas; de verwijzing naar textiel is overduidelijk aanwezig, duidt Tang. “Kijk”, wijst ze. “In deze façade herken je overduidelijk een weefwerk. En deze raampartij”, vervolgt ze vrolijk, “doet denken aan een rits.” Het architectenbureau bedenkt het plan, komt met het ontwerp. Maar zonder de specialisten om hen heen is zo’n gebouw als dit onmogelijk. Tang: “Alleen al het metaal buigen voor die op een rits lijkende ramen. Ik vond dat best spannend: we hebben dit bedacht, maar kan dit eigenlijk wel? Ja hoor, was het antwoord. Dit is voor mij een mooi voorbeeld van hoe je samen via experiment iets nieuws bedenkt én maakt.” Tang fietst elke dag door de P.C. Hooftstraat, van huis naar werk en weer terug. “Het is ontzettend gaaf om nu te zien hoe het winkelpand dag in dag uit gebruikt wordt. En hoezeer mensen van het ontwerp genieten.”
Netwerk van betekenissen
Een korte pauze met koffie en koek is voor de deelnemers zeer welkom om de verschillende perspectieven van de sprekers te laten bezinken. Aan tafels, op banken en staand wisselen kunstenaars, producten, onderzoekers en studenten gedachten uit. Een docent aan een hogeschool vertelt dat de gedachte van Jessica Hemmings haar raakt: textiel als medium vol verhalen. Een ontwerper naast haar knikt instemmend: “Textiel is zo gelaagd. Neem mijn textiele installaties. Natuurlijk zit daar een artistieke boodschap in. Maar ook het ambacht van het weven vertelt een eigen verhaal.”


Nog zo’n verrassend perspectief komt van de vijfde keynotespreker, Amanda Pinatih, curator design hedendaagse kunst bij het Stedelijk Museum Amsterdam en promovenda aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij pleit voor een open blik op textiel, zonder het in een categorie (zoals ‘kunst’ of ‘erfgoed’) te willen stoppen. Er zit namelijk zoveel meer in dan dat ene label. Als voorbeeld wijst Pinatih op het werk ‘Don’t tell me kwaku anansi’ van Anya Paintsil, waarin ambachtelijke technieken, haar van familieleden van de kunstenaar, kindertijdherinneringen en het bevragen van de manier waarop verhalen worden doorverteld, samenkomen.

Recht doen aan die gelaagdheid, betoogt de onderzoeker, kan alleen door textiele werken te zien als een netwerk van betekenissen in plaats van ze te reduceren tot één hokje. Het is een visie die de betekenis van textiel doet kantelen, vindt een collega-onderzoeker in het publiek: “Wanneer je op deze manier naar textiel kijkt, los van die kaders, ligt de route naar mogelijkheden open. Daar besloot Pinatih haar lezing ook mee. Ze zei: ‘De sleutel tot innovatie is het weigeren van categorieën.’ Een belangrijk perspectief, wat mij betreft.”
Ambacht als houvast
Wat brengt de toekomst ons? Volgens trendonderzoeker Lidewij Edelkoort keren we steeds meer terug naar ruwe materialen, naar ambacht, naar soepele, vloeiende lijnen en organische, natuurlijke kleuren. “Er gebeurt nu zoveel in de wereld. We rapen de brokstukken op en zetten ze weer aan elkaar. We halen materialen en inspiratie uit oude culturen en uit historische ontdekkingen. We keren terug naar rustiek en minder georganiseerd.”

Het toe-eigenen van elementen uit andere culturen wordt minder belangrijk, verwacht Edelkoort. “Als we toch vormentaal of technieken uit andere culturen gebruiken, dan werken we daarvoor samen met lokale ambachtslieden en betalen we hen daar ook voor”, stelt ze. “Het ego wordt minder belangrijk, overproductie neemt af.” En, in die wereld die op zijn grondvesten schudt, keren we terug naar wat al bekend is. “Handwerk en het ambacht zijn een saving grace. In alles wat verandert, is dat onze constante factor, onze houvast.”
Feestelijke tint
Een goed, uitgebreid lunchbuffet zorgt voor gevulde magen en geeft ruimte om de woorden van de sprekers te laten bezinken. In die pauze van een uur is er ruimte voor ontmoeting én voor een rondje door het museum. En dat rondje maken deelnemers aan het symposium graag. Want deze editie heeft een feestelijk tintje. Het TextielLab viert namelijk zijn 25ste verjaardag. Een concreet resultaat daarvan is de tentoonstelling MENS <3 MACHINE, die tijdens het symposium door deelnemers goed wordt bezocht. Zoals door een fashionstudent, die kijkt naar een video waarop een breed lachende Stef Miero (productontwikkelaar weven) vertelt dat hij een kwart eeuw geleden nog helemaal niet zo goed was in weven. Had kunstenaar Peter Struycken dat toen door? ‘Nee hoor’, verklaart die. ‘We zijn het onderzoek sámen aangegaan.’ De student, met een glimlach: “Je moet gewoon beginnen: leren, experimenteren, falen, schaven en opnieuw proberen. Hier in het TextielLab zie ik waar dat toe kan leiden.”
Overlappende werelden
Dichte, glimmende, glooiende structuren met geometrische vormen. Een meer open zilver- en koperachtige constructie, naar wens buigbaar en plooibaar. Als een architect en twee grafisch vormgevers samen op zoek gaan naar de mogelijkheden van metaalweven, leidt dat tot verrassende inzichten. Dat blijkt tijdens Threads of Innovation.

Tijdens het middagprogramma met verschillende break-outsessies gaat het onder meer over het lopende R&D-programma metaalweven, waarvoor het TextielLab vorig jaar een open call uitschreef. Onder andere Tomas Dirrix (Atelier Tomas Dirrix) en Loes van Esch (Team Thursday) tonen een nieuwsgierigmakend proces van zoeken, proberen en experimenteren. Hun werk is work in progress, maar nu al ontzettend inspirerend, meent een deelnemer aan de sessie. Zelf ontwerpt ze sieraden. “In dit onderzoek overlappen de werelden metaal en textiel elkaar. Dat op zich is al spannend”, vertelt ze, terwijl ze met haar vingers over een teststaal aait. “Dit zien, horen en voelen zet mijn hoofd in gang.”

Wevend musiceren
Een andere break-outsessie vindt plaats te midden van het bonken, zoemen en ruisen van de weefmachines in het TextielLab. Hier luisteren deelnemers aan ‘Threads of Innovation’ – getooid met koptelefoons – naar drie perspectieven op 25 jaar TextielLab. Zoals Peter Dornier van weefmachinefabrikant Lindauer Dornier, die vertelt over wat de samenwerking met het lab hem en zijn bedrijf heeft gebracht. “Hier, in het TextielLab, krijg je pas écht te zien wat zo’n weefmachine is. Het is geen productieapparaat, maar een muziekinstrument. Waarmee je als dirigent de meest vernieuwende en uiteenlopende composities kunt produceren”, zegt hij hierover. “Dat opzoeken van de grenzen van onze machines gebeurt op niet zo heel veel plekken, maar hier wel. Dat maakt de samenwerking interessant.” Naast hem knikt productontwikkelaar Miero enthousiast. “Het is ongekend wat we nu kunnen, in vergelijking met een kwart eeuw geleden. En dat opzoeken van de grenzen blijven we doen. Samen met onze klanten, kunstenaars, residenten en stagiairs.”

Kunstenaar Alexandra Ross kan erover meepraten. Ze was acht maanden resident in het TextielLab. Hier werkte ze aan Smart Textiles. Ze verbond verschillende textiele werken met elkaar via bedrading en sensoren. Het werk reageert op de aanwezigheid van mensen en zendt lichtpulsen uit. Het is een levend, innovatief systeem, waarvoor Alexandra inspiratie haalde uit de natuur. “Ik vind het leuk om de grenzen van het weefgetouw op te zoeken. Hier kan dat. Niemand zei hier tegen me: ‘Dat lukt niet.’ Het idee was: probeer het maar, en ontdek wat er gebeurt.”
Stof tot nadenken
De gelaagdheid van textiel. De veelheid aan verhalen die te vertellen zijn. En de kracht van experiment en samenwerking. Terwijl klanken van muziek door het trappenhuis van het TextielMuseum omhoog wervelen, zijn dat de termen die door de hoofden van bezoekers aan Threads of Innovation dwarrelen.


Met als gemene deler: om vooruit te komen, moet je aan de slag. Doen, proberen, experimenteren en opnieuw proberen. Samen grenzen opzoeken en verleggen. Pas dan kan échte vernieuwing ontstaan. En houden we ons vakgebied levend, voor nu en in de toekomst. Kijk maar naar de ontwikkeling die het TextielLab in de afgelopen 25 jaar doormaakte. Het symposium bracht verschillende perspectieven op textiel en het experiment daarmee volop onder de aandacht. Of, zoals een van de makers in het publiek het samenvat: “Het liefst bezoek ik zo’n dag elk jaar. Het zet me aan het denken. En dat is nodig om verder te komen, te blijven vernieuwen. Als kunstenaar én als creatieve, innovatieve sector.”
Aan het programma leverden ook Lea Nordström van Kvadrat Innovation Lab, Florian Idenburg van SO–IL, Chris Kabel, Akane Moriyama, Kiki van Eijk, Koen Taselaar, materiaaladviseur Lise Brunt, manager onderzoek en ontwikkeling Noortje van den Elzen en productontwikkelaar Judith Peskens een bijdrage.
Geschreven door Iris van den Boezem
Fotografie door Jelle Verheijke. Meer foto's van deze dag vind je hier.
Ontmoet de kunstenaars
1 / 3